info@juridischadviesgemert.nl



    Juridisch Adviesbureau Gemert

    Mr. Janine Ruis

    Gemert

    T 06-29501292
    E info@juridischadviesgemert.nl
    KvK 62335383


        Facebook     LinkedIn

Janine Ruis

De laatste tijd zijn er verschillende berichten verschenen over donorkinderen die hun donor hebben gevonden. Hierbij wordt vaak aangegeven dat zij hun vader hebben gevonden.

De vraag is nu of de donor ook aan te merken is als de juridische vader van het donorkind.

Als het kind wordt geboren binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan is de echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner de vader of moeder van het kind. In het geval het kind wordt geboren binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap tussen twee vrouwen, dan wordt voor het vaststellen van het moederschap de extra eis gesteld dat het kind ontstaan moet zijn via kunstmatige donorbevruchting met behulp van een identificeerbare donor.  Als er vanuit wordt gegaan dat de donor niet getrouwd is met de moeder en ook geen geregistreerd partnerschap met haar is aangegaan, dan kan de donor in dit geval geen aanspraak maken op het vaderschap.

Wel kan de donor de juridische vader van het kind worden als de moeder en/of het kind toestemming hebben gegeven voor de erkenning van het kind door de donor. Als deze toestemming niet is gegeven, dan kan de vereiste toestemming vervangen worden door de toestemming van de rechtbank. Het verzoek voor deze vervangende toestemming kan echter alleen gedaan worden door de spermadonor, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Het is dus voor de donor slechts in bepaalde gevallen mogelijk om tegen de wens van de moeder in het kind te erkennen.

Het vaderschap van de donor kan echter niet gerechtelijk worden vastgesteld, omdat dit alleen mogelijk is bij de verwekker en de levensgezel van de moeder die ingestemd heeft met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad. De donor zal hier niet onder vallen.

Als laatste is het te verwachten dat het voor de donor ook niet mogelijk is om het kind te adopteren, omdat bij partneradoptie de eis wordt gesteld dat de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de ouder het kind adopteert. Wanneer er sprake is van een donor zal hier geen sprake van zijn. Tevens kan de adoptie niet tegen de wens van de moeder in worden uitsproken, omdat de adoptie alleen wordt uitsproken als geen van de ouders de adoptie tegenspreekt.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp of heeft u behoefte aan juridisch advies? Neem dan vrijblijvend contact op met Juridisch Adviesbureau Gemert via info@juridischadviesgemert.nl.

Volgens de Nederlandse wetgeving is de moeder de vrouw:

  • uit wie het kind is geboren;
  • die op het tijdstip van de geboorte van het kind is gehuwd of door een geregistreerd partnerschap is verbonden met de vrouw uit wie het kind is geboren. In dit geval moet het kind wel ontstaan zijn met behulp van kunstmatige donorbevruchting en moet een door de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting afgegeven verklaring worden overgelegd, waaruit blijkt dat de identiteit van de donor aan de vrouw bij wie de kunstmatige donorbevruchting heeft plaatsgevonden onbekend is;
  • die het kind heeft erkend;
  • van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld of
  • die het kind heeft geadopteerd.

Het moederschap ontstaan door huwelijk of geregistreerd partnerschap kan, op grond dat de moeder niet de biologische moeder is van het kind, worden ontkend door beide moeders en door het kind zelf. De moeders kunnen dit moederschap echter niet ontkennen, als de moeder vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap kennis heeft gedragen van de zwangerschap of ingestemd heeft met de kunstmatige donorbevruchting.

Is het moederschap niet ontstaan door de geboorte of door het gebruik van een onbekende donor binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan kan de vrouw het kind erkennen. De erkenning die met toestemming van de moeder is gedaan kan, op grond dat de erkenner niet de biologische moeder van het kind is, op verzoek vernietigd worden. Dit verzoek kan worden ingediend door:

  • het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn/haar meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
  • de erkenner, als zij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen en
  • de andere moeder, als zij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.

Het openbaar ministerie kan wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, als de erkenner niet de biologische moeder van het kind is, vernietiging van de erkenning verzoeken.

Als de vrouw het moederschap zelf niet laat vastleggen, dan kan het moederschap van de levensgezel van de moeder die ingestemd heeft met de daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, ook als deze is overleden, gerechtelijk worden vastgesteld op verzoek van het kind en de moeder van het kind dat jonger is dan zestien jaar. Het moederschap kan echter niet worden vastgesteld, als:

  • het kind twee ouders heeft;
  • tussen de levensgezel van de moeder en de moeder van het kind geen huwelijk zou mogen worden gesloten of geen partnerschap zou mogen worden geregistreerd of
  • de levensgezel van de moeder een minderjarige is die nog geen zestien jaar oud is, tenzij zij voordat zij deze leeftijd heeft bereikt is overleden.

Adoptie vindt plaats op verzoek van twee personen samen of op verzoek van één persoon alleen. Twee personen samen kunnen echter geen verzoek tot adoptie doen, als zij geen huwelijk of partnerschap zouden mogen aangaan. Verder kan het verzoek alleen worden toegewezen, als de adoptie in het kennelijk belang van het kind is en aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
De adoptie kan alleen op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Dit verzoek kan alleen worden toegewezen, als de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid van de herroeping overtuigd is en het verzoek niet eerder is ingediend dan twee jaar en niet later dan vijf jaar na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp of heeft u behoefte aan juridisch advies? Neem dan vrijblijvend contact op met Juridisch Adviesbureau Gemert via info@juridischadviesgemert.nl 

Bent u een zzp’er of opdrachtgever die gebruik maakt van een zzp’er, dan moet u bepalen of er tussen u beiden sprake is van een dienstbetrekking. De kenmerken van een dienstbetrekking zijn hetzelfde als vóór het verdwijnen van de VAR. Als u twijfelt of er sprake is van loondienst of u wilt hierover zekerheid hebben, dan kunt u hiervoor een overeenkomst gebruiken. Indien u werkt volgens een modelovereenkomst van de belastingdienst, dan krijgt u van de belastingdienst geen naheffing of boete. Deze modelovereenkomst kunt u gedeeltelijk naar uw eigen situatie aanpassen. U krijgt tot 1 januari 2018 de tijd om deze overeenkomst op te stellen. De belastingdienst geeft hierbij aan dat u tot die tijd geen boetes of naheffingen zult krijgen. Dit geldt echter niet voor evident kwaadwillenden.

Wilt u hulp bij het opstellen van de overeenkomst van opdracht, neem dan contact op met Juridisch Adviesbureau Gemert via 0629501292 of via info@juridischadviesgemert.nl

Op 4 oktober is door de Eerste Kamer het voorstel cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens aangenomen.

Wat betekent dit voor u als cliënt?

Als het voorstel in de wet wordt opgenomen dan heeft u er recht op dat de zorgaanbieder slechts met uw toestemming uw gegevens beschikbaar stelt via een elektronisch systeem. Tevens kunt u er voor kiezen om uw gegevens niet beschikbaar te stellen aan een andere zorgaanbieder of aan een categorie van zorgaanbieders. Daarnaast stelt de zorgaanbieder uw gegevens slechts beschikbaar als de persoonlijke levenssfeer van een ander dan u niet geschaad word.

Verder is ook het raadplegen van de gegevens die beschikbaar zijn gesteld via een elektronisch uitwisselingssysteem, of het maken van een afschrift daarvan, alleen toegestaan met uw toestemming. Uw toestemming is echter niet verreist als degene rechtstreeks betrokken is bij de uitvoering van de zorgverlening of optreedt als vervanger van uw zorgaanbieder die de gegevens beschikbaar heeft gesteld. Wanneer er sprake is van een raadpleging dan moet deze wel noodzakelijk zijn voor de verrichting van de werkzaamheden. Daarnaast is uw toestemming niet vereist als de zorgaanbieder direct moet handelen om ernstig nadeel bij u te voorkomen en u op dat moment geen toestemming kunt geven.

Zelf heeft u op verzoek en met redelijke tussenpozen ook recht op inzage of op een afschrift van uw de gegevens die beschikbaar zijn gesteld. Daarbij kunt u in een afschrift laten opnemen wie bepaalde informatie beschikbaar heeft gesteld en op welke datum, en wie bepaalde informatie heeft ingezien of opgevraagd en op welke datum. Deze inzage, en de afschriften, worden kosteloos aan u verschaft.

Een ziektekostenverzekeraar, een bedrijfsarts, een verzekeringsarts of een medische keuringsarts hebben geen toegang tot de elektronische uitwisselingssystemen.

Als laatste is het nog van belang om te weten dat de zorgaanbieder u informatie geeft over uw rechten bij elektronische gegevensuitwisseling en de wijze waarop u uw rechten kunt uitoefenen.

Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Als u ondersteuning nodig heeft om thuis te kunnen blijven wonen, dan kunt u deze ondersteuning aanvragen bij de gemeente.

De gemeente of een organisatie namens de gemeente neemt dan een besluit op uw aanvraag. Bent u het niet eens met dit besluit, dan kunt u tegen dit besluit bezwaar maken, door een bezwaarschrift in te dienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

Kunt u zich ook niet vinden in deze beslissing van de bestuursorganisatie op uw bezwaar, dan kunt u beroep instellen bij een bestuursrechter, door een beroepschrift in te dienen.

Bij het instellen van bezwaar of beroep moet u een bezwaar- of beroepschrift opstellen, dat u ondertekend. In dit bezwaar- of beroepschrift moet ten minste worden opgenomen:

  • de naam en het adres van de indiener;
  • de dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht en
  • de gronden van het bezwaar of beroep.

Bij het beroepschrift moet u indien mogelijk ook een afschrift van het besluit overleggen waarop het geschil betrekking heeft.

U moet bij het indienen van het bezwaar of beroep in de gaten houden dat u het bezwaar- of beroepschrift binnen zes weken indient. Dit termijn vangt aan op de dag na de dag dat het besluit bekendgemaakt is.

Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp of wilt u hulp bij het instellen van bezwaar of beroep dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Uit de wetgeving kan niet worden afgeleid dat de zorgverlener verplicht is om een behandelingsovereenkomst met u als patiënt aan te gaan.
Wel is het voor de zorgverlener, bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot diensten en bij het sluiten van een overeenkomst, verboden om onderscheid te maken op grond van de godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid of burgerlijke staat van de patiënt.

Ondanks dat in de wetgeving niet is vastgelegd dat een arts verplicht kan worden om u als patiënt te behandelen, is in de richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ van de KNMG bepaald dat de arts slechts in bepaalde gevallen kan besluiten om geen behandelingsovereenkomst met de patiënt aan te gaan. Hiervan is sprake als:

  • de professionele verantwoordelijkheid van de arts hem/haar ervan weerhoudt om een geneeskundige behandelingsovereenkomst met de patiënt aan te gaan;
  • eerdere ervaringen van de arts met de patiënt aanleiding zijn voor de arts om geen behandelingsovereenkomst met de patiënt aan te gaan, vanwege het ontbreken van een voldoende vertrouwensbasis of
  • de arts een aanmerkelijk belang heeft bij het niet aangaan van de behandelingsovereenkomst en dit een groter belang heeft dan het belang van de patiënt bij het aangaan van de overeenkomst.

Als de arts op grond van een of meerdere hiervoor genoemde voorwaarden besluit geen behandelingovereenkomst met de patiënt aan te gaan, zal de arts zich volgens de KNMG moeten houden aan de gestelde zorgvuldigheidseisen. Deze houden in dat de arts:

  • overleg moet voeren met de patiënt over zijn weigering en bereid moet zijn deze weigering te motiveren;
  • op verzoek van de patiënt of als de arts daar zelf redenen voor heeft, hetgeen mondeling besproken is, schriftelijk te bevestigen en
  • in het geval de arts de patiëntengegevens reeds heeft ontvangen, desgevraagd na de toestemming van de patiënt deze gegevens verstrekt aan een andere behandelaar.

Mocht u nog vragen hebben over dit onderwerp dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Als u wilt dat er een uitspraak komt over het medisch handelen waarover u een klacht heeft en wilt u dat er een maatregel tegen de zorgverlener wordt getroffen, dan kunt u uw klacht indienen bij het tuchtcollege.

In het geval u niet tevreden bent over het handelen van een:

  • arts;
  • tandarts;
  • apotheker;
  • gezondheidszorgpsycholoog;
  • psychotherapeut;
  • fysiotherapeut;
  • verloskundige;
  • verpleegkundige of
  • klinisch technoloog,

die geregistreerd staat in het BIG-register, dan kunt u een klacht indienen bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

Bij dit tuchtcollege kunt u klagen over het handelen of nalaten in strijd met de zorg die de zorgverlener in die hoedanigheid behoort te betrachten. Ook kan geklaagd worden over het handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg.

Het college kan een van de volgende tuchtrechtelijke maatregelen opleggen:

  • waarschuwing;
  • berisping;
  • geldboete van ten hoogste €4.500;
  • schorsing van de inschrijving in het register voor ten hoogste één jaar;
  • gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid het betrokken beroep uit te oefenen of
  • doorhaling van de inschrijving in het register.

Daarnaast kunt u een klacht bij het College van Toezicht indienen als u niet tevreden bent over het handelen van een maatschappelijk werker die lid is van de BPSW en/of die geregistreerd staat in het beroepsregister van Registerplein (voorheen BAMw) of van een NIP-psycholoog of NIP-geregistreerd psycholoog. Bovendien kunt u voor een klacht over een Jeugdzorgwerker die geregistreerd staat in het Kwaliteitsregister Jeugdzorg terecht bij SKJeugd.

Bij het College van Toezicht kunt u een klacht indienen over een vermeende schending van de beroepscode door een beroepsbeoefenaar.

De maatregelen die zij alle drie kunnen opleggen zijn:

  • waarschuwing;
  • berisping;
  • schorsing van de inschrijving in het register of
  • doorhaling van de inschrijving in het register.

Bovendien kan het college van toezicht van beide verenigingen als maatregel opleggen:

  • schorsing van het lidmaatschap van de vereniging of
  • schrapping als lid van de vereniging;

Tevens kan SKJeugd als maatregel opleggen:

  • voorwaardelijke schorsing van de registratie in het kwaliteitsregister jeugd met een proeftijd van ten hoogste twee jaar of
  • ontzegging van het recht wederom in het register te worden ingeschreven.

Mocht u nog vragen hebben over het tuchtrecht of heeft u behoefte aan ondersteuning bij het indienen van uw klacht, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Als u vindt dat u schade hebt geleden door de behandeling van de zorgverlener, dan moet u eerst de schadeclaim schriftelijk kenbaar maken aan de zorginstelling. Komt u er met de zorginstelling niet uit, dan kunt u uw klacht indienen bij een geschilleninstantie of bij de rechter.

U kunt zelf bepalen voor welke mogelijkheid u kiest.

 

Als u uw schadeclaim wilt indienen bij een geschilleninstantie, dan kunt u bij de zorginstelling waar de schade is ontstaan vragen bij welke geschilleninstantie u uw schadeclaim moet indienen. Uiterlijk op 1 januari 2017 moeten alle zorgverleners bij een geschilleninstantie aangesloten zijn.

Belangrijk om te weten:

  • Geschillencommissie Zorginstellingen behandelt geschillen over schadeclaims tot en met € 5.000 en het klachtengeld bedraagt: € 52,50;
  • Geschillencommissie verpleging, verzorging en thuiszorg behandelt geschillen over schadeclaims tot en met € 5.000 en het klachtengeld bedraagt: € 52,50;
  • Geschillencommissie geestelijke gezondheidszorg behandelt geschillen over schadeclaims tot en met € 5.000 en het klachtengeld bedraagt: € 75; en
  • Geschillencommissie zelfstandige klinieken behandelt geschillen over schadeclaims tot en met € 25.000 en het klachtengeld bedraagt: € 52,50.

Juridische bijstand is bij een geschillencommissie niet verplicht.

Deze informatie komt uit de brochures van de betreffende geschillencommissies, die u kunt vinden op https://www.degeschillencommissie.nl

 

Als u uw schadeclaim bij de rechter wilt indienen, is het belangrijk om te weten dat er twee mogelijkheden zijn voor het indienen van deze schadeclaim. U kunt namelijk naar de kantonrechter of naar de civiele rechter. Het verschil tussen deze twee rechters is dat de kantonrechter oordeelt over een schadebedrag van €25.000 of minder, en de civiele rechter oordeelt over een schadebedrag van meer dan €25.000. Daarnaast is een advocaat bij de kantonrechter niet verplicht, terwijl dit bij de civiele rechter wel verplicht is. Verder moet u in beide gevallen griffierechten betalen. De hoogte van het griffierecht is op voorhand niet aan te geven, omdat de hoogte samenhangt met de zaak zelf, uw inkomen en of u een particulier of organisatie (rechtspersoon) bent.

 

Mocht u over dit onderwerp nog vragen hebben of heeft u behoefte aan ondersteuning bij uw schadeclaim, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Als u een geschil heeft met een zorgaanbieder dan kunt u uw klacht schriftelijk voorleggen aan de geschilleninstantie, die een einde probeert te maken aan het conflict.

U kunt uw klacht voorleggen aan de geschilleninstantie als:

  • uw klacht in strijd met de regels voor de interne klachtenprocedure is afgehandeld;
  • u vindt dat de mededeling van de zorgaanbieder uw klacht onvoldoende wegneemt; of
  • van u niet verlangt kan worden dat u uw klacht bij de zorgaanbieder indient.

Het voordeel van een geschillencommissie is dat zij sneller dan een rechter tot een oordeel zullen komen en dat het goedkoper is.

De geschilleninstantie is bevoegd om over een conflict een bindend advies te geven, alsmede een schadevergoeding toe te kennen tot in ieder geval €25.000,–.

Als u een klacht heeft ingediend bij een geschillencommissie doet zij binnen zes maanden uitspraak. Ze kan echter ook gelet op de aard van het geschil en de daarbij betrokken belangen op korte termijn een uitspraak doen.

De verschillende geschillencommissies in Nederland zijn:

De zorgaanbieder kan u vertellen bij welke geschillencommissie zij zijn aangesloten.

Deze informatie heeft betrekking op de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die op 1 januari 2016 in werking is getreden.

Mocht u over dit onderwerp nog vragen hebben of heeft u behoefte aan ondersteuning bij uw klacht, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl

Wanneer u een klacht heeft over de zorgverlening is het verstandig om eerst in gesprek te gaan met de zorgverlener. In dit gesprek kunt u proberen om samen met de hulpverlener tot een oplossing te komen.

Als u er samen niet uitkomt, kan de klachtenfunctionaris van de betreffende zorginstelling u misschien helpen. Deze klachtenfunctionaris kan u bijstaan om tot een oplossing voor uw klacht te komen.

Als ook dit niet heeft geleid tot een oplossing, heeft u de mogelijkheid om schriftelijk een klacht in te dienen bij de zorgaanbieder. Uw klacht zal in de meeste gevallen in behandeling worden genomen door een klachtencommissie. De klachtenfunctionaris binnen de zorginstelling kan u adviseren over de indiening van uw klacht en kan u bijstaan bij het formuleren van de klacht.

Wanneer u uw klacht schriftelijk heeft ingediend zal u binnen zes weken een schriftelijke mededeling van de zorgaanbieder ontvangen waarin is aangegeven tot welk oordeel het onderzoek van uw klacht heeft geleid, welke beslissingen de zorgaanbieder over en naar aanleiding van uw klacht heeft genomen en binnen welke termijn de te nemen maatregelen zullen zijn gerealiseerd. De termijn kan maximaal met vier weken verlengt worden. De zorgaanbieder deelt dit dan schriftelijk aan u mee.

Deze informatie heeft betrekking op de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die op een later moment in werking zal treden.

Mocht u over dit onderwerp nog vragen hebben of heeft u behoefte aan ondersteuning bij uw klacht, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen via info@juridischadviesgemert.nl